AgentschapNL EVD Internationaal Ministerie van Economische Zaken

NL EVD Internationaal

Guyana: windturbinepark (PESP02014)

Datum: 14.06.2002

Een Nederlands consortium werkt samen met een Antilliaanse partner bij de ontwikkeling van een windturbinepark in Guyana. Beoogd wordt een park van 7 turbines bij Hope Beach ten noorden van Georgetown te bouwen. De energiebehoefte in Guyana is vrij hoog tengevolge van mijnbouw activiteiten. Dit heeft ertoe geleid dat de meeste mijnen eigen opwekkingscentrales hebben geplaatst. Het land is volledig afhankelijk van de import van oliebrandstoffen om aan de energiebehoefte te voldoen. Gezien de jaarlijkse groei van de energiebehoefte is een enorme uitbreiding van het opwekkingsvermogen noodzakelijk. Het aanwenden van duurzame energiebronnen als wind, zon en water wordt door de Guyaanse overheid als speerpunt gezien.
Het project wordt actief ondersteund door de Prime Minister van Guyana. Daarnaast zijn de Guyana Energy Agency en de Guyana Power and Light Inc. in het project betrokken.
Er is reeds een technische pre-feasibility studie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de locatie geschikt is (voldoende wind), dat de toegankelijkheid goed is en dat het terrein niet binnen een natuur- of beschermgebied valt. Voordat tot implementatie kan worden overgegaan, moet er een onafhankelijk onderzoek worden uitgevoerd. Dit is een eis die door de Guyaanse overheid is gesteld.

De studie is afgerond op 01-06-2003

Samenvatting



Windpark Hope Beach, Guyana
In de voormalige Britse kolonie Guyana wordt een 10 12 MW windpark gepland die ontwikkeld wordt door Nederlandse experts en die hopelijk gebruik zal maken van turbines die voor een groot deel in Nederland worden gefabriceerd. Het Guyana Energy Agency onder haar mandaat om de energiemix van Guyana te verbreden en minder afhankelijk te zijn van geïmporteerde fossiele brandstoffen, heeft het initiatief genomen om windenergie een impuls te geven in dit buurland van Suriname. Dit leidde er toe dat er in 2000 een studie is uitgevoerd om het windpotentieel van het land in kaart te brengen. Naar aanleiding hiervan, waaruit bleek dat windenergie een reële optie was, is er tussen een Nederlands Antilliaanse windenergie ontwikkelaar, DELTA Caribbean NV, een MOU met de Guyanese overheid gesloten om de haalbaarheid van een netgekoppeld windpark te onderzoeken en eventueel te bouwen.
Als gevolg van de complexiteit en de verschillende variabelen rondom het project was een gedetailleerd haalbaarheidsonderzoek een noodzaak. DELTA Caribbean en NEG-Micon NL, een Nederlandse turbinefabrikant, besloten daarom om de hulp te vragen van de Nederlandse overheid door middel van een PESP-studie. Via SENTER is het project goedgekeurd en in januari 2002 van start gegaan. De uitvoerders van de studie was het Nederlandse ontwikkelingsbureau NuPlanet BV uit Dieren, technisch geassisteerd door KEMA Duurzaam uit Arnhem.
De gekozen locatie voor het project was Hope Beach op ongeveer 23 km van de hoofdstad Georgetown. Tijdens de initiële fases van de PESP-studie bleek echter dat Hope Beach niet zou kunnen worden gekoppeld aan de zwakke hoogspanningslijn die vlak langs het terrein liep. Een nieuwe 69 kV lijn met kosten van ca. US$ 3 miljoen zou moeten worden aangelegd naar Georgetown. Dit was voor het project dodelijk en onmiddellijk is naar een alternatief gezocht.
Een tweede site, genaamd het Foreshore werd snel genoeg ontdekt. Dit was een locatie in Georgetown zelf en hier was het alleen nodig om ca. 3 km hoogspanningslijn aan te leggen. De Foreshore locatie had echter een paar plussen en minnen. Zo was het ideaal gelegen vanuit een kosten/infrastructiuur oogpunt maar het was aan de rand van de stad en er zouden uiteraard bezwaren van het stadsbestuur en de bevolking kunnen komen.
Door het team werd echter besloten (na gesprekken met alle relevante partijen) de Foreshore locatie met als tweede alternatief Hope Beach in detail te ontleden.Tijdens de tweede fase van de studie vonden er grote veranderingen plaats in de Guyanese energiesector. Het energiebedrijf Guyana Power and Light (GPL), dat geprivatiseerd was, was in ernstige financiële problemen geraakt. Grote elektriciteitstekorten werden dagelijks in het land ervaren en de Guyanese overheid besloot om GPL terug te kopen en de elektriciteitsvoorziening van het land weer onder overheidsbeheer te brengen.

Deze verandering betekende voor het project twee dingen:

·         De overheid was nu zeer gemotiveerd extra opwekkingscapaciteit in te kopen om de tekorten het hoofd te bieden en was bereid grote concessies aan onafhankelijke opwekkers te doen,

·         De benodigde 69 kV lijn voor de Hope Beach locatie mocht van de overheid nu in het teruglevertarief van het windpark worden geïncorporeerd waardoor Hope Beach weer interessant werd.

Vanaf dat moment concentreerde men zich op de Hope Beach locatie en bepaalde het volgende:

·         Er kon een financieel haalbaar project worden gerealiseerd op Hope Beach met 12 windturbines van 950 kW die in totaal 29.200.000 kWh per jaar zou opleveren.

·         Het project zou 28.200 ton CO2, 134 ton NOx en 408 ton SO2 per jaar vermijden

·         Het project zou ca US$ 2 miljoen besparen aan import van fossiele brandstoffen

·         Het project heeft een investeringswaarde van US$ 13,9 miljoen

Ondertussen is een lokale Special Purpose Company opgericht, Guyana Windpower Incorporated die het project zal exploiteren.
Het project zal worden gefinancierd door lokale en internationale financieringsinstellingen met een flinke portie eigen vermogen uit Guyana zelf.
Het rendement op eigen vermogen is berekend als 20 procent.
DELTA Caribbean neemt de verdere ontwikkeling voor haar rekening en op basis van een concurrerende aanbieding zal NEG-Micon NL de turbines leveren. De potentiële exportcomponent voor het Nederlandse bedrijfsleven bedraagt daarbij ca € 8,5 miljoen. Het project is nu in de finale fase van ontwikkeling. Vergunningen zijn in een ver gevorderde fase van aanvraag, onderhandelingen met GPL voor een terugleververgoeding is gaande en er wordt onderhandeld met leveranciers. De verwachting is dat het project in het najaar van 2004 in uitvoering zal gaan. Zonder de belangrijke bijdrage van de Nederlandse overheid via het PESP-mechanisme is het maar de vraag of dit project voorbij het initiële idee was gekomen.
Dankzij de PESP-bijdrage was het mogelijk enige lastige hobbels weg te nemen en dankzij de inbreng van de Nederlandse deskundigen was het mogelijk oplossingen te vinden voor de problemen die het project anderszins zeker zou laten falen. Nederlandse kundigheid, expertise en ervaring op het gebied van wind energie en de hulp van SENTER heeft ervoor gezorgd dat de Guyanese overhead en de verschillende initiatiefnemers nu een reële mogelijkheid hebben om een prachtig project te realiseren in dit ietwat vergeten maar adembenemend mooi land.

Bron: EVD-informatie
Nummer: 112087
Trefwoorden: Energie - Praktijkvoorbeelden - Guyana - PESP



Meer informatie over dit onderwerp is op te vragen onder vermelding van nummer 112087 bij , e-mail: , telefoon: (088) 602 , fax: (088) 602 90 26.